De catastrofe veroorzaakt door de aardbeving noodzaakt een enorme bijdrage van de internationale gemeenschap. Maar hoe kun je een land opbouwen dat met Irak en Afghanistan wedijvert als het meest corrupte land ter wereld? Hoe werk je samen met een regering die geen gezag heeft in eigen land? Geen enkele Amerikaanse of VN-autoriteit wil in het openbaar praten over de onbetrouwbaarheid van de Haïtiaanse regering.
Twee kampen
De publieke discussie hierover in Amerika heeft zich gescheiden in twee kampen. David Brooks behoort tot de groep van sceptici die vinden dat de VS de Haïtiaanse bestuurders links moet laten liggen, ook al zal dat wrevel wekken bij de Europese partners. Gematigder stemmen hopen op een diplomatieke oplossing waarin, althans formeel, de Haïtiaanse regering zeggenschap houdt, maar de internationale partners controle uitoefenen. Tatiana Wah, Amerikaanse hoogleraar ontwikkelingseconomie van Haïtiaanse afkomst, is door het Earth Institute van Columbia University als beleidsadviseur uitgeleend aan de Haïtiaanse regering. Namens de Haïtiaanse regering heeft zij een overheidsplan voor reconstructie geschreven. Volgens Wah staat de regering achter het plan en heeft in ieder geval Jean-Max Bellerive, de eerste minister, het gelezen. Het plan benadrukt de noodzaak van een National Reconstruction and Development Council (nrdc) en vraagt de internationale gemeenschap dringend alle bijdragen, ook die van particulieren en ngo’s, in een Haïti Multi Donor Trust Fund te storten dat ter beschikking komt van de nrdc. Ik vraag Wah wie volgens de Haïtiaanse regering de leiding over dit alles moet krijgen. Ze acht het mogelijk dat het Trust Fund bij de Inter-American Development Bank wordt ondergebracht en onder toezicht blijft staan van alle partners, buitenlandse overheden en ngo’s. ‘Maar de regering zelf heeft natuurlijk de leiding.’ Ze kent mijn twijfels over de regering Préval en argumenteert dat de internationale gemeenschap moet leren accepteren dat dit een democratisch gekozen regering is en dat je in een derdewereldland moet roeien met de riemen die je hebt. Ze ziet de noodhulp falen omdat geen van de VN-organisaties en ngo’s bereid is samen te werken met de bestaande Haïtiaanse organisaties en structuren – buurtgroepen, vakbonden, professionele organisaties en lokale overheden. ‘Wat denken ze? Dat het hier een rimboe is en er met geen enkele Haïtiaan valt samen te werken?’
Groeiende frustratie
De Haïtiaanse bevolking heeft tot nu toe de dagelijkse schaarste en ellende met bewonderenswaardig geduld gedragen. Maar de groeiende frustratie over de traagheid van de hulpverlening, de woede over een president en een regering die zich verschuilen, het wantrouwen ten opzichte van de duizenden Amerikaanse en VN- troepen, dit alles tezamen vormt een brandbaar mengsel. Niet omdat Haïtianen straatrovers zijn – wie zou in de Nederlandse hongerwinter trouwens niet stelen als er wat te stelen viel? – maar omdat Haïtianen zich opnieuw onderdrukt weten door elitaire regeerders die de hand boven het hoofd wordt gehouden door het almachtige Amerika. Tatiana Wah, terug in Port-au-Prince, vindt dat de bevolking snel een vooruitzicht moet worden geboden. De eerstvolgende donorconferentie, waarschijnlijk in New York, is gepland voor maart.
Buitenlandse investeerders?
In een paneldiscussie over Haïti’s toekomst in New York, twee weken na de aardbeving, komen de tegengestelde visies scherp naar voren. De VN-managers en de Amerikaanse VN-ambassadeur hebben het over een Marshallplan dat Haïti als samenleving moet moderniseren en dat onder leiding van de VN ten uitvoer moet worden gebracht. De VN-big wigs hebben echter weinig concrete ideeën over wat de prioriteiten zijn en om hoeveel geld het gaat. De toverformule is: buitenlandse investeerders.
De VN-plannen voor Haïti weerspiegelen de optimistische visie van Paul Collier, de Oxford-econoom die al voor de aardbeving in opdracht van de Verenigde Naties een megaplan ontwikkelde om Haïti uit de armoede te halen. Wie de studie leest raakt onder de indruk van Colliers verve en zijn technocratische aanpak. Maar de achilleshiel van het plan is de inbreng van buitenlandse investeerders en de poging om van Haïti een toeleveringsbedrijf voor Amerikaanse textielbedrijven te maken. Sweatshops met zo laag mogelijke lonen. Haïti als een klein China van het Westen. De vraag is of en hoe lang Haïtiaanse werkers dat accepteren. Voor het minimumloon in Haïti, opgetrokken van $ 1.50 tot ongeveer $ 2.70 per dag, werden het afgelopen jaar al massale protestdemonstraties gehouden. De demonstranten eisten vijf dollar per dag en ook daarvan kun je in de hoofdstad een gezin niet onderhouden. Collier schat dat de sweatshops hooguit 250.000 banen opleveren, maar hij gelooft dat het andere economische ontwikkelingen aanzwengelt, zoals toerisme. En ook dat is moeilijk voor te stellen in een land waar de aanblik van armoede soms misselijk maakt.
De Clintons – Bill als VN-afgezant en Hillary als minister van Buitenlandse Zaken – hebben zich het afgelopen jaar opgeworpen als promoters van Colliers visie. Het bedrijfsleven werd uitgenodigd voor seminars in chique hotels in Miami en Port-au-Prince. Niemand laat de gelegenheid voorbij gaan om met Bill te lunchen. En de Clinton-vriend George Soros, de idealistische zakentycoon, kwam over de brug met 25 miljoen dollar voor een industriepark. Maar wat Bill ze ook vertelt, het bedrijfsleven is niet bereid te investeren in een land waar ze in de jaren tachtig uit wegliepen omdat het te chaotisch was. Al voor de aardbeving had Haïti weinig te bieden. Zoals een bezoeker aan een seminar van een Amerikaanse investeerder opving: waar kunnen mijn mensen hier gaan joggen?
Sachs
Colliers tegenhanger is de Amerikaanse ontwikkelingseconoom Jeffrey Sachs. Zijn plan is radicaal, kostbaar en geloofwaardig. Sachs rekent af met de illusie dat het bedrijfsleven in Haïti gaat investeren: ‘De opbouw van Haïti is een publieke zaak die onder publieke leiding moet staan. Als we ons werk kunnen doen en een nieuwe infrastructuur bouwen, komen de bedrijven. Maar houd er rekening mee dat het tien jaar duurt.’ Sachs ziet modernisering van de archaïsche landbouw als de startmotor van de Haïtiaanse economie. De landbouw is lang verwaarloosd, zowel door Haïti’s stedelijke elite als door de ontwikkelingsagentschappen. Maar het is de enige sector van de economie die nog enigszins functioneert. Een overgrote meerderheid van de Haïtianen bestaat uit subsistence farmers. Het plantseizoen begint in maart. Sachs wil dat er zo snel mogelijk containers met veredelde zaden en kunstmest worden gestuurd. En grote biotechnologiebedrijven als Monsanto moeten onder druk worden gezet om aan Haïti te leveren.
Voor de opbouw van Haïti, inclusief nieuwe scholen, een minimum aan gezondheidszorg, humanitaire hulp en de aanleg van een infrastructuur – wegen, elektriciteit – stelt Sachs een opbouwfonds voor van 3,5 miljard dollar per jaar voor de komende vijf jaar: anderhalf miljard per jaar voor humanitaire hulp, officiële ontwikkelingshulp en VN-troepen, plus zeven à twaalf miljard in totaal voor de reconstructie.
Is dat politiek haalbaar, gezien de algemene scepsis in Amerika over eerdere pogingen tot nation building? Sachs vindt dat Obama het Congres zo snel mogelijk één miljard dollar voor dit jaar moet vragen, nog voordat de camera’s zijn vertrokken. Maar tot teleurstelling van velen – er wonen naar schatting één miljoen Haïtianen in de VS – had de president het in zijn State of the Union niet over Amerika’s bijdrage aan de opbouw van Haïti. En zelfs als de president dit bedrag erdoor zou krijgen, dient de rest van de internationale gemeenschap nog ruim bij te springen.
Sachs kent Obama, althans, hij is vaak in het Witte Huis te gast om zijn opinie te geven. Maar zijn pleidooi om geld vrij te maken voor Haïti komt op een moeilijk moment. Ook in de Verenigde Staten heerst groeiende armoede.. De oorlogsinspanningen in Afganistan en Irak en de felle politieke strijd over de nieuwe gezondheidszorg hebben tot een snel dalende populariteit van de nieuwe president geleid. In tegenstelling tot wat menig Haïtiaan gelooft, heeft brother Obama andere prioriteiten, al ronselt zijn vrouw op de televisie geld voor de ramp en heeft bijna de helft van de Amerikaanse huishoudens genereus gegeven. Professor Tatiana Wah, die nauw samenwerkt met Sachs, houdt haar hart vast. ‘We wachten en we wachten en wat er is toegezegd is zo onvoldoende.’
Nieuwe reactie inzenden