Ingezonden door Jilles Mast op vr, 2012-03-16 02:58
Op maandag, 5 maart, zijn acht vrouwen gearresteerd tijdens de bezetting van de Chinese ambassade in Ecuador. De actie was gericht tegen het tekenen van een contract tussen de overheid van Ecuador en het Chinese consortium CRCC-Tongguan, dat eigenaar is van het mijn-exploitant Ecuacorriente. Het contract, met een waarde van 1.4 miljard dollar, is inmiddels getekend en wordt door de voorzitter van Ecuador's mijn-federatie Santiago Yepez bestempeld als "historisch" en "het begin van een nieuw tijdperk in mijnbouw in Ecuador". Yepez refereert hier naar de 52 procent winstbelasting die het bedrijf zal moeten afdragen aan de overheid. Volgens de actievoerende vrouwen echter is het enige dat 'historisch' is aan het contract dat het ertoe zal leiden dat de biologische en culturele diversiteit van het natuurgebied genaamd Cordillera del Condor, tot het verleden zal behoren.
De controverse rondom de ondertekening van dit contract is slechts één van de vele conflicten die bestaan tussen de overheid en lokale ecologische en sociale (voornamelijk inheemse) bewegingen in Ecuador. Het dilemma dat achter deze conflicten schuilgaat wordt door de overheid, onder leiding van de linkse president Rafael Correa, keer op keer hetzelfde geframed. Volgens hem is het kiezen of delen tussen de bescherming van Ecuador´s enorme culturele en biologische diversiteit of natuurlijke hulpbronnen exploiteren en gebruiken voor economische ontwikkeling. In een land waarin zowel 17 verschillende culturen bestaan en dat door de UNESCO wordt beschouwd als mega-divers, maar waar ook een derde van de bevolking onder de armoede grens leeft, lijkt het onmogelijk om een voor iedereen rechtvaardige oplossing te vinden.
Dit dilemma heeft als gevolg dat het beleid van de huidige regering in Ecuador, op zijn zachts gezegd, naar het schizofrene neigt. Waar de overheid in het ene geval een contract ondertekent voor grootschalige mijn-exploitatie in een van de meest bio-diverse plekken op aarde, voert het aan de andere kant internationaal campagne om de in het nationale park Yasuni aanwezige olie juist onder de grond te laten. Het Yasuni-itt voorstel heeft als doel de 846 miljoen vaten olie die hier aanwezig zijn niet te exploiteren maar onder de grond te laten. In ruil voor de verloren inkomsten vraagt Ecuador geld aan de internationale gemeenschap.
Opvallend genoeg gebruikt de regering van Correa in hun promotie van Yasuni dezelfde argumenten als de bezetters van de Chinese ambassade gebruikten tegen mijnbouw in el Condor. Deze argumenten gaan zowel over de economische als de ecologische gevolgen van exploitatie van natuurlijke hulpbronnen in natuurgebieden. In het geval van Yasuni-itt erkent de Ecuadoriaanse overheid dat elke vorm van exploitatie onvermijdelijk schade veroorzaakt aan het milieu. Ten eerste de directe schade die wordt veroorzaakt door het aanleggen van de nodige infrastructuur voor de productie zelf. Zoals wegen en verblijfplaatsen voor de werknemers. Ten tweede erkent de komst van kolonisten, welke onvermijdelijk volgt op het aanleggen van een nieuwe weg, zorgt voor extra ontbossing.
Op economisch gebied beginnen de machthebbers in Ecuador meer en meer te begrijpen dat het land de overgang moet maken naar een meer diverse economie. Oftewel, het wordt hen langzaamaan duidelijk dat een land wiens export voornamelijk bestaat uit primaire grondstoffen (waarvan de helft bestaat uit olie) uiterst kwetsbaar is. De prijsschommelingen van olie zijn groot en, wat nog belangrijker is, hoe verder te gaan als over twintig jaar de olie op is? Yasuni wordt dan ook vaak genoemd als een eerste stap in de noodzakelijke overgang naar een post-extractivistische economie.
In het geval van mijnbouw in El condor worden deze argumenten volgens de activisten van accion ecologica echter ter zijde geschoven. Volgens hen trappen Correa en de zijnen met de ontwikkeling van grootschalige mijnbouw in dezelfde valkuil als de regeringen aan de vooravond van Ecuador´s ´olieboom´ in de jaren zeventig. Hiermee volgen zij de conclusie van een recente studie uitgevoerd door onderzoeksinstituut FLACSO, welke aantoont dat de nationale economie nauwelijks is gegroeid sinds de start van het olie-tijdperk. Sterker nog, de leningspraktijken die op deze boom volgden hebben geleid tot een diepe economische crisis rondom de milleniumwisseling. Deze crisis heeft tot gevolg gehad dat de beruchte SAP's van het IMF en de Wereldbank werden ingevoerd, met alle sociale gevolgen van dien. De afhankelijkheid van de export van olie heeft zo indirect de armoede en sociaal-economische ongelijkheid in het land juist vergroot.
De actievoerders vrezen dat met grootschalige mijnbouw in Ecuador hetzelfde zal gebeuren. Zo is in slechts drie jaar tijd de schuld van Ecuador aan China gegroeid tot 8 miljard dollar. Een enorm bedrag, zeker als we bedenken dat het totale overheidsbudget over 2011 slechts 23 miljard dollar bedroeg. Zowel de studie als de activisten wijzen daarom op de noodzaak dat Ecuador afstapt van het ontwikkelingsmodel dat uitgaat van de exploitatie van grondstoffen omdat dit de soevereiniteit aantast en het land (te) kwetsbaar maakt voor prijsschommelingen.
Volgens milieu-activisten in Ecuador is het dilemma dat Correa schetst tussen het behoud van culturele/biologische diversiteit en economische ontwikkeling, dan ook vals. De export van grondstoffen heeft nooit haar belofte van economische groei kunnen waarmaken, zeker niet wanneer er over een langere tijdsschaal wordt gekeken. Correa, als politicus, denkt echter op de korte termijn en maakt gretig gebruik van nieuwe belastingwetgeving rondom activiteiten van internationale bedrijven in het land. Er is nú geld nodig voor de sociale programma's en projecten die onder zijn bewind zijn geïntroduceerd en alles wordt in het werk gesteld om hiervoor te zorgen.
De reden dat Correa in het geval van Yasuni probeert om de olie onder de grond te houden is omdat de internationale aandacht voor klimaatverandering veel groter is dan voor nationaal natuurbehoud. Door Yasuni te presenteren als een manier om klimaatverandering te bestrijden krijgt de regering toegang tot het geld dat landen beschikbaar stellen om hun CO2 reductie doelstellingen te halen. In het geval van mijnbouw ontbreekt deze mogelijkheid en wordt er zonder meer gekozen voor exploitatie, ongeacht de gevolgen voor mens en milieu.
De overeenkomsten met de activisten ten spijt kiest de regering daarom toch voor grootschalige mijnbouw. Het is echter de vraag of Correa de strijd hiermee gewonnen heeft en geen onherstelbare schade heeft aangericht aan zijn geloofwaardigheid in de promotie van het Yasuni-itt voorstel. Daarnaast toont de populariteit van het Yasuni voorstel onder de Ecuadoraanse bevolking aan dat de bescherming en promotie van culturele en biologische diversiteit in het land in goede aarde valt. De CONAIE, de grootste inheemse sociale beweging van het land, heeft inmiddels een mars georganiseerd vanuit El Condor welke op 22 maart in Quito zal aankomen. Ook andere groepen hebben nieuwe acties aangekondigd tegen de mijnbouw in El Condor. Wordt dus zeker vervolgd.
Aanverwante items: China | CONAIE | Ecuador | El Condor | inheems | mijnbouw | Milieu | olie | protest | Yasuni | Millenniumdoelen | Millenniumdoelen



Nieuwe reactie inzenden