In Argentinië schieten de ecodorpen als paddenstoelen uit de grond. De bewoners zoeken een alternatief voor het ongebreidelde consumeren en leven in nauw contact met de natuur. Ze gebruiken bijvoorbeeld materialen die ze in de onmiddellijke omgeving vinden. Ze kappen uitheemse bomen, gebruiken het hout voor hun huizen en zaaien er inheemse soorten voor in de plaats. Eten wordt biologisch geteeld in een gemeenschapstuin.
Gaia, in de provincie Buenos Aires, was in 1996 het eerste ecologische dorp in Argentinië. Ze zijn ondertussen ook te vinden in de provincies Santa Fe, Misiones, Córdoba, Catamarca, San Luis, Río Negro en zelfs in de hoofdstad. Sommige zijn ontstaan als familieproject, andere uit een project van een vriendencollectief. "Toen ik begon in Gaia, waren we met vijftien of twintig", zegt Carlos Straub, een van de pioniers in Argentinië. "Onlangs nam ik deel aan een bijeenkomst en toen waren we met vijfhonderd mensen die de stap al hadden gezet." "Het is beetje je vrijheid terugwinnen", zegt biologe Tania Giuliani. Ze werkt mee aan de bouw van een ecologisch dorp in de Paraná-delta, ten noordoosten van Buenos Aires. Ze geeft les in de hoofdstad maar gaf haar appartement op om haar nieuwe huis in het ecodorp te kunnen afwerken.
Het kapitalisme vindt ze te individualistisch, te zeer op consumptie gericht, tegennatuurlijk. "Je leeft solitair en materialistisch, je werkt de hele dag, keert naar je appartement terug en moet dan eten met chemische middelen inkopen." Het project waaraan ze meewerkt heet i-tekoa, "waterdorp" in de Guaraní-taal. Giuliani realiseert het samen met zeven vrienden. Behalve hun acht huizen bouwen ze een gemeenschapscentrum, waar ze kunst-en ecologische ateliers gaan aanbieden. Als dat begint te lopen, hopen ze hun baan in de stad te kunnen opgeven.
Een centraal begrip in de ecodorpen is permacultuur, een samentrekking van "permanente cultuur". Dat dook in de jaren zeventig op in Australië. Het gaat om "het ontwikkelen van modellen voor duurzame ontwikkeling waarin de mens in harmonie met de natuur kan leven", zegt Carlos Straub. Gaia herbergt nu het Argentijns Instituut voor Permacultuur. Dat biedt opleidingen aan voor wie zelf een ecologisch dorp wil beginnen. De deelnemers leren er over natuurkeuken, biologisch tuinieren, zaadproductie, ecologisch bouwen, hernieuwbare energie en duurzaam sanitair.
Bron: IPSLeren vissen tijdens de International Water Week
Mette Groen
Begin november vond in Amsterdam de International Water Week plaats met als thema; integrale oplossingen voor wereldwijde waterproblemen. Terwijl op de Aquatecbeurs in de RAI bedrijven hun producten en diensten aanboden, werd op het hoofdkantoor van het nutsbedrijf Waternet het nieuwe not-for-profit samenwerkingsmodel Water Operators Partnerships (WOP) besproken. Volgens de Verenigde Naties kan dit model een aanzienlijke bijdrage leveren om Millenniumdoel 7 (toegang tot schoon drinkwater & sanitair) te realiseren. De vraag is echter waarin de WOP verschilt van bestaande samenwerkingsmodellen en hoe het zich verhoudt in Latijns-Amerikaanse landen waar water- en sanitairvoorzieningen, met name op het platteland, achterblijven.
Brazilië betreedt dapper nieuwe wateren
Jean-Paul Marthoz
Brazilië’s nieuwe status als economische grootmacht en bemiddelaar bij conflicten heeft geleid tot twijfel aan de motieven van het land. President Dilma Rousseff zal naar manieren moeten zoeken om beschuldigingen van eigenbelang en regionale hegemonie te weerleggen.

Brazilië, een van de opkomende economische machten in de wereld, werkt hard aan een van de belangrijkste economische doelen op de ontwikkelingsagenda van de Verenigde Naties: Zuid-Zuidsamenwerking.
Het Braziliaanse Samenwerkingsbureau houdt zich momenteel bezig met talloze economische projecten, vooral in de landbouw, in meer dan tachtig ontwikkelingslanden in Azië, Afrika, Latijns-Amerika en het Caraïbische gebied. De projecten variëren van veeteelt en visserij tot tuinbouw en voedselproductie. Brazilië steunt experimentele projecten op het gebied van katoen in Mali en rijst in Senegal, een opleidingscentrum en voedselzekerheidsprogramma in Oost-Timor en de productie van sojabonen op Cuba.
Daarnaast zijn technische experts en landbouwingenieurs actief op Haïti en een opleidingscentrum in Paraguay. Ook werkt Brazilië aan het opzetten en instandhouden van het Instituut voor Landbouw en Veeteelt in Bolivia. Alleen al in 2010, tekende Brazilië 21 internationale overeenkomsten met de Caribische Gemeenschap (Caricom). Ook werden bilaterale overeenkomsten gesloten met Jamaica, Guyana, Suriname en Haïti.
IBSA-fonds
De rol van Brazilië krijgt extra gewicht omdat het land een van de drie partners is van de IBSA-coalitie, een samenwerkingsverband tussen Brazilië, India en Zuid-Afrika. Ambassadeur Gilberto Moura, directeur van het departement voor Interregionale Mechanismen, zegt dat IBSA ontwikkeling van groot belang acht, niet alleen voor de leden van de coalitie, maar ook andere ontwikkelingslanden.
IBSA steunt ontwikkelingslanden via het Faciliteitsfonds voor Armoede- en Hongerverlichting. Dat fonds werd in 2003 opgezet tijdens de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Elk IBSA-land stort jaarlijks een miljoen dollar in het fonds. Dat geld wordt gebruikt voor samenwerkingsprojecten in ontwikkelingslanden, vooral in de Minst Ontwikkelde Landen (MOL) en landen die herstellen van conflicten.
Ban Ki-moon
Zuid-Zuidsamenwerking is volgens Ban Ki-moon, de secretaris-generaal van de VN, van groot belang in de strijd tegen honger en armoede wereldwijd. Het VN-Ontwikkelingsprogramma (UNDP) "wil die Zuid-Zuidsamenwerking graag faciliteren en nauwer samenwerken met Brazilië", zegt Helen Clark van het UNDP. "
Projecten die door de drie landen worden gefinancierd, zijn onder meer een sportcomplex in Ramallah (Palestina), een afvalinzamelingproject op Haïti en de renovatie van twee geïsoleerd gelegen gezondheidscentra op de Kaapverdische Eilanden.

